ECLI:NL:RBSGR:2012:BV3105
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot nietigverklaring testament wegens wilsgebrek
De dochter vordert dat het testament van haar moeder, verleden op 12 oktober 2009, nietig wordt verklaard omdat de moeder ten tijde van het testament onder invloed van een geestelijke stoornis zou hebben verkeerd en daardoor niet in staat was haar wil te bepalen.
De moeder was sinds september 2008 begeleid door hulpverleners en werd in augustus 2010 onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis. De dochter baseert haar vordering op artikel 3:34 BW Pro, dat stelt dat een verklaring nietig is indien iemand door een geestelijke stoornis niet in staat was zijn wil te bepalen.
De rechtbank stelt vast dat de notaris die het testament heeft verlijden geen twijfel had over de wilsbekwaamheid van de moeder. Ook het onderzoek van een geronto-psychiater leverde geen aanleiding voor maatregelen. De eerdere weigering van een andere notaris om het testament op te maken is onvoldoende onderbouwd.
Gelet op de verstandhouding tussen moeder en dochter enerzijds en moeder en zus anderzijds acht de rechtbank het aannemelijk dat de moeder haar nalatenschap aan haar zus wilde nalaten, met erkenning van de legitieme portie van de dochter. De vordering wordt afgewezen en de dochter wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot nietigverklaring van het testament wordt afgewezen en de dochter wordt veroordeeld in de proceskosten.