ECLI:NL:RBSGR:2012:BV3111
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur in faillissement EA-groep
De curator van de failliete vennootschappen EA HRF IV B.V. en EA HRF IV C.V. vordert hoofdelijke aansprakelijkheid van de feitelijk leidinggevenden van de EA-groep wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. Na het plotseling overlijden van de statutair bestuurder ontstond een lacune in het bestuur, die werd opgevuld door de gedaagden als gedelegeerd bestuurders.
De kern van het geschil betreft de verkoop van het onroerend goed, het enige actief van de cv en bv, waarvan de netto-opbrengst van ruim €1,1 miljoen werd uitgekeerd aan EAIG, zonder dat daarvoor een rechtsgeldige titel bestond. De curator stelt dat dit heeft geleid tot een tekort in de boedel en het faillissement.
De rechtbank oordeelt dat het bestuur kennelijk onbehoorlijk heeft gehandeld door de opbrengst niet aan de schuldeisers van de cv en bv ten goede te laten komen. Het verweer dat de betaling neutraal was of onderdeel van een concernredding faalt omdat het belang van de afzonderlijke vennootschappen voorop moet staan. De vordering tot betaling van het tekort van circa €34.796,75 aan niet-groepscrediteuren wordt toegewezen, met wettelijke rente vanaf 26 november 2007. De overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: De bestuurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het tekort in de boedel van de bv van €34.796,75 met wettelijke rente vanaf 26 november 2007.