ECLI:NL:RBSGR:2012:BV3327
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.A. Koppen
- W.J. Don
- M.E. Groeneveld-Stubbe
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van adoptie in Indonesië
Verzoekers dienden een verzoek in om vast te stellen dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit bezit. De IND wees dit verzoek af omdat geen rechtsgeldige erkenning van het kind had plaatsgevonden volgens Nederlands recht. De rechtbank oordeelde dat verzoekster zelf niet-ontvankelijk was, maar dat verzoeker haar als wettelijk vertegenwoordiger kon vertegenwoordigen.
De rechtbank constateerde dat er geen geldige erkenning per 1 september 1997 was, maar dat de voorlopige echtscheidingsbeschikking van 19 januari 2004 van de rechtbank te Cibinong verzoeker en zijn toenmalige echtgenote als juridische ouders aanmerkte en verzoeker het ouderlijk gezag kreeg toegewezen. Deze beschikking werd aangemerkt als adoptie.
De rechtbank erkende deze adoptiebeslissing omdat deze was uitgesproken door een bevoegde autoriteit in Indonesië, waar verzoeker en verzoekster toen verbleven, en niet in strijd was met de Nederlandse openbare orde. Op grond van artikel 5b RWN werd vastgesteld dat verzoekster sinds 19 januari 2004 de Nederlandse nationaliteit bezit.
De rechtbank verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk in haar eigen verzoek en stelde het verzoek van verzoeker vast. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2012.
Uitkomst: Verzoekster bezit sinds 19 januari 2004 de Nederlandse nationaliteit op grond van adoptie.