ECLI:NL:RBSGR:2012:BV3410
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen contractuele boete bij inlenen uitzendkracht via derde zonder gezagsverhouding
Mailprofs, een uitzendbureau, vorderde betaling van een afkoopvergoeding van het ROC wegens het aangaan van een arbeidsverhouding met een uitzendkracht via een derde partij, Océ. De uitzendkracht was eerst via Mailprofs werkzaam bij het ROC en trad vervolgens in dienst bij Océ, waarna hij werkzaamheden bleef verrichten op de reproafdeling van het ROC.
Mailprofs stelde dat artikel 3 lid 6 van Pro de Algemene Voorwaarden van toepassing was, waardoor het ROC een vergoeding verschuldigd was omdat de uitzendkracht via een derde werd ingezet. Het ROC betwistte dit en voerde aan dat geen sprake was van een arbeidsverhouding in de zin van artikel 7:610 BW Pro, omdat de uitzendkracht niet onder haar leiding en toezicht stond.
De rechtbank oordeelde dat de kernvraag was of er een gezagsverhouding bestond tussen het ROC en de uitzendkracht. Gezien de dienstverleningsovereenkomst tussen het ROC en Océ en het feit dat de uitzendkracht onder leiding van Océ werkte, was die gezagsverhouding afwezig. Hierdoor was artikel 3 lid 6 niet Pro van toepassing en werd de vordering van Mailprofs afgewezen.
Mailprofs werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis benadrukt het belang van de feitelijke gezagsverhouding voor de toepassing van bepalingen over het inlenen van uitzendkrachten via derden.
Uitkomst: De vordering van Mailprofs tot betaling van de afkoopvergoeding wordt afgewezen omdat geen gezagsverhouding tussen het ROC en de uitzendkracht bestond.