ECLI:NL:RBSGR:2012:BV3413
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoedingsvordering wegens verjaring door onvoldoende bewijs stuiting
Eiser vordert schadevergoeding van de Staat, specifiek het Ministerie van Justitie, naar aanleiding van strafvorderlijk optreden. De kern van het geschil betreft de vraag of de verjaring van de vordering is gestuit door ontvangst van bepaalde brieven door Buma/Stemra.
De rechtbank heeft toegelaten dat eiser bewijs levert dat Buma/Stemra de brieven van 7 augustus 1997, 15 september 1997 en 17 december 1998 heeft ontvangen. Uit het tussenvonnis bleek een kennelijke misslag omtrent de verjaringstermijn. De rechtbank concludeert dat alleen de brief van 17 december 1998 de verjaring kon stuiten, mits bewezen kan worden dat deze brief is ontvangen.
Eiser en diverse getuigen verklaren dat de brief van 17 december 1998 per fax is verzonden en dat er telefonisch contact is geweest ter bevestiging van ontvangst. Echter, de verklaring van een opsporingsambtenaar van Buma/Stemra en het ontbreken van de fax in het strafdossier maken de ontvangst onwaarschijnlijk.
Het verzendrapport dat eiser overlegt is niet gedateerd en kan niet met zekerheid aan de brief worden gekoppeld. De verklaringen van eiser en zijn getuigen zijn onderling inconsistent en worden door de rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af wegens het niet slagen in de bewijslevering. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en uitgesproken op 25 januari 2012.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens het niet slagen in het bewijs dat de brief de verjaring heeft gestuit.