ECLI:NL:RBSGR:2012:BV3453
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onvoldoende bescherming bedreigde getuige
De weduwe van de heer [A], een anonieme bedreigde getuige in het strafproces tegen [C], vorderde schadevergoeding van de Staat wegens onvoldoende bescherming van haar echtgenoot, die in 2006 werd vermoord. Zij stelde dat de Staat tekort was geschoten in de zorgplicht door hem na vrijlating uit voorlopige hechtenis onvoldoende te beschermen en dat de Staat onrechtmatig handelde door zonder toestemming kluisverklaringen te gebruiken.
De rechtbank oordeelde dat er geen onvoorwaardelijke toezegging tot volledige schadevergoeding door de Staat was gedaan. Daarnaast was onvoldoende onderbouwd dat de Staat in strijd met wettelijke eisen had gehandeld bij de bescherming van [A]. De rechtbank stelde dat de Staat geen concrete aanwijzingen had dat binnen het criminele circuit bekend was dat [A] met justitie sprak, waardoor geen zorgplicht ontstond om hem extra te beschermen.
Ook het gebruik van de kluisverklaringen in het strafdossier werd niet onrechtmatig bevonden, omdat het belang van het openbaar ministerie zwaarder woog dan de economische belangen van de weduwe. De vorderingen tot schadevergoeding en verklaring voor recht werden afgewezen en de weduwe werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de weduwe af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen door de Staat.