ECLI:NL:RBSGR:2012:BV3730
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsdocument wegens duurzame relatie niet aangetoond
Verzoeker, van Ghanese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument op grond van een duurzame relatie met een gemeenschapsonderdaan. De IND wees de aanvraag af omdat volgens hen onvoldoende bewijs was geleverd dat sprake was van een duurzame relatie en gezamenlijke huishouding van minimaal zes maanden. Verzoeker stelde dat hij en zijn partner sinds februari 2010 samenwonen en overlegde diverse bewijsstukken, waaronder een GBA-bekendmaking, huurovereenkomst en verklaringen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de IND een onjuist toetsingskader hanteerde door uitsluitend waarde te hechten aan een GBA-inschrijving en onterecht te eisen dat het bewijs onweerlegbaar moest zijn. Ook werd ten onrechte afgezien van nader onderzoek en het horen van verzoeker, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en de hoorplicht. De rechtbank stelde vast dat de overgelegde stukken wel degelijk een begin van bewijs vormen voor de duurzame relatie.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg de IND op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds werd beslist.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van bewijs en het respecteren van de hoorplicht bij besluiten over verblijfsrecht op basis van duurzame relaties.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de IND moet een nieuw besluit nemen.