ECLI:NL:RBSGR:2012:BV3742
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over overdracht asielzoekster en kinderen naar Zweden wegens onvoldoende belangenafweging
Verzoekster diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland, welke werd afgewezen omdat Zweden verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van haar asielverzoek. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, omdat de belangen van de minderjarige kinderen niet zijn meegewogen bij de beoordeling van de overdracht naar Zweden. Verweerder stelde dat de belangen van de kinderen al waren betrokken via bepalingen in de Verordening (EG) 343/2003 en het beleid in de Vreemdelingencirculaire, maar de voorzieningenrechter volgde dit niet.
De rechtbank stelde vast dat artikel 7 van Pro de Verordening niet van toepassing was op de terugnamesituatie van verzoekster en dat verweerder onvoldoende concreet had aangetoond dat Zweden de verdragsverplichtingen inzake non-refoulement zou naleven. De belangenafweging, met name de scheiding van verzoekster en haar kinderen van hun vader die in Nederland verblijft, werd onvoldoende gemotiveerd meegenomen.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak werd beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot overdracht van verzoekster en haar kinderen naar Zweden wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en belangenafweging.