ECLI:NL:RBSGR:2012:BV3836
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring na eerdere uitspraak
Eiser is op 21 juni 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank op 9 december 2011, waarin het beroep tegen het voortduren van de bewaring ongegrond werd verklaard, is de bewaring op 23 december 2011 opgeheven. Eiser vordert schadevergoeding vanaf 10 december 2011, de dag na de eerdere uitspraak.
Verweerder stelt dat de opheffing van de bewaring het resultaat was van een belangenafweging naar aanleiding van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 9 november 2011, maar kon niet aantonen dat deze afweging niet eerder had kunnen plaatsvinden. De rechtbank oordeelt dat de bewaring vanaf 9 december 2011 onrechtmatig was en dat eiser recht heeft op schadevergoeding over die periode.
Verweerder betoogt dat de schadevergoeding gematigd moet worden wegens frustratie van het onderzoek door eiser, maar slaagt hier niet in. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding toe en veroordeelt de Staat tot betaling van € 1.020,- plus proceskosten van € 1.092,50, te betalen door de griffier van de rechtbank.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het voortduren van de bewaring gegrond en kent een schadevergoeding toe van € 1.020,- over de periode van 10 tot 23 december 2011.