ECLI:NL:RBSGR:2012:BV5925
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vrijheidsontnemende maatregel vreemdelinge en weigering fax medische post-it
De vreemdelinge is in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het vermoeden dat zij zich aan uitzetting zou onttrekken. Zij voerde aan dat de maatregel onrechtmatig was, onder meer omdat zij haar naam had genoemd, geen identiteitsbewijs hoefde te tonen en dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast.
Daarnaast stelde zij dat verweerder in strijd had gehandeld met artikel 104 van Pro de Vw 2000 en het fair play-beginsel door te weigeren een groene post-it van haar arts te faxen naar haar gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat zelfs indien sprake zou zijn van schending van artikel 104, dit niet automatisch de bewaring onrechtmatig maakt, mits de belangen van de bewaring in redelijke verhouding staan tot het gebrek.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke vereisten voor de bewaring was voldaan en dat de belangen van de bewaring niet onevenredig waren ten opzichte van het vermeende gebrek. Ook was geen sprake van schending van het fair play-beginsel, mede omdat de gemachtigde op de dag van de weigering al op de hoogte was van de inhoud van de post-it.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelinge tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.