ECLI:NL:RBSGR:2012:BV6141
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering humanitaire situatie Somalië
Eiser, een Somalische asielzoeker afkomstig uit Baardheere in Zuid- en Centraal-Somalië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag af, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank oordeelde eerder dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was gemotiveerd, met name omdat verweerder ten onrechte de situatie in Mogadishu betrok in plaats van Baardheere.
In de huidige procedure stelde eiser dat de humanitaire situatie in Zuid- en Centraal-Somalië, mede door hongersnood en conflicten, aanzienlijk is verslechterd sinds het ambtsbericht van mei 2011. Hij verwees naar rapporten van de VN, Human Rights Watch en de International Crisis Group, alsmede een interim maatregel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Verweerder had het beleid beëindigd op basis van verouderde informatie en het beleid van andere EU-landen onvoldoende onderzocht.
De rechtbank overwoog dat uit het arrest Sufi en Elmi van het EHRM volgt dat uitzetting naar Zuid- en Centraal-Somalië onder omstandigheden een schending van artikel 3 EVRM Pro kan betekenen. De verslechterde humanitaire situatie en gewijzigde beleidsstandpunten in andere EU-landen, zoals Zweden, maken het noodzakelijk dat verweerder nader onderzoek doet en zijn besluit beter motiveert.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder binnen twaalf weken opnieuw te beslissen, rekening houdend met de verslechterde situatie en het beleid in andere EU-landen. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van de proceskosten van € 874,-.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder dient binnen twaalf weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de verslechterde humanitaire situatie en het beleid van andere EU-landen.