ECLI:NL:RBSGR:2012:BV6876
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring Iraakse vreemdeling met zicht op uitzetting
Eiser, een Iraakse vreemdeling geboren in 1984, is op 10 november 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze vrijheidsontneming en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser op 10 januari 2012 is gepresenteerd bij de Iraakse autoriteiten, waarbij zijn Iraakse nationaliteit is bevestigd. Tevens heeft op 12 januari 2012 een vertrekgesprek plaatsgevonden.
De gemachtigde van verweerder heeft aangegeven dat er overleg plaatsvindt met de Iraakse autoriteiten over de afgifte van een laissez-passer en de mogelijkheden voor gedwongen terugkeer. Uit een brief van 23 januari 2012 blijkt dat intensief diplomatiek overleg wordt gevoerd om tot een oplossing te komen. De rechtbank oordeelt dat de redelijke termijn voor verwijdering nog niet is verstreken en dat verweerder tussentijds moet informeren over de voortgang.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.