ECLI:NL:RBSGR:2012:BV6933
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring vreemdeling naar Suriname niet onrechtmatig wegens voldoende zicht op uitzetting
Eiser, een vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, is op 25 augustus 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen de voortzetting van zijn vrijheidsontneming en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft op 24 februari 2012 uitspraak gedaan na behandeling van de zaak, waarbij verweerder nadere informatie over het zicht op uitzetting naar Suriname heeft verstrekt.
De rechtbank concludeert dat er voldoende zicht is op uitzetting omdat sinds mei 2011 circa 15 noodpaspoorten zijn verstrekt door de Surinaamse autoriteiten, waaronder ook aan ongedocumenteerde vreemdelingen. Daarnaast zijn er toezeggingen gedaan voor het verstrekken van noodpaspoorten in meerdere gevallen. Dit maakt het ontbreken van registratie van eiser in Suriname niet doorslaggevend.
De rechtbank oordeelt dat de voortzetting van de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat verweerder voldoende voortvarend handelt door het uitvaardigen van rappels. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen omstandigheden zijn aangevoerd die schadevergoeding rechtvaardigen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.