ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7180
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.H. von Maltzahn
- E. Weiss
- M.J. van Cleef-Metsaars
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldige beëindiging en uitleg samenwerkingsovereenkomst tussen vastgoedbedrijven
IMR en Metterwoon sloten meerdere overeenkomsten voor samenwerking en assetmanagement van een Duitse vastgoedportefeuille. Metterwoon stelde dat IMR tekortschiet in haar verplichtingen en beëindigde de samenwerking per 31 december 2010. IMR vorderde voortzetting van de overeenkomsten tot 2019 en betaling van vergoedingen.
De rechtbank onderzocht of de overeenkomsten tussentijds konden worden beëindigd en oordeelde dat geen sprake was van beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege onenigheid over compensatie. Ontbinding per 24 november 2010 werd verworpen omdat IMR niet toerekenbaar tekort was geschoten, onder meer inzake exclusiviteit en medewerking aan een accountantsonderzoek.
De rechtbank stelde vast dat de samenwerkingsovereenkomst leidend was en dat de aanvullende overeenkomsten daaraan ondergeschikt waren, waardoor Metterwoon de overeenkomst rechtsgeldig kon opzeggen met inachtneming van de opzegtermijn. De vordering tot vergoeding wegens voortijdige beëindiging werd afgewezen, behalve een vergoeding van €36.971,64 voor afkoop van een softwarelicentie.
Verder werd Metterwoon veroordeeld tot inzage in dossiers van de Duitse vastgoedportefeuille, met een dwangsom bij nalatigheid. De overige vorderingen, waaronder schadevergoeding wegens wanprestatie, werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan rechtstreeks belang.
De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis bevestigt de rechtsgeldige beëindiging per 31 december 2010 en wijst een beperkte vergoeding toe.
Uitkomst: De samenwerkingsovereenkomsten zijn rechtsgeldig beëindigd per 31 december 2010; een vergoeding van €36.971,64 wordt toegewezen en inzage in dossiers wordt bevolen; overige vorderingen worden afgewezen.