ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7193
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik afgewezen
In deze zaak vorderen Stichting Bewaarder Rijnstede en Rijnstede Vastgoed C.V. de beëindiging van de huurovereenkomst met C1000 met betrekking tot een bedrijfsruimte bestemd voor supermarktgebruik. De juridische eigendom berust bij Bewaarder Rijnstede, terwijl de economische eigendom bij Rijnstede Vastgoed ligt. Langerak Supermarkt, een commanditaire vennoot, exploiteert de bedrijfsruimte via een onderhuurovereenkomst met C1000.
Eisende partijen stellen dat de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik (artikel 7:296 lid 1 sub b BW Pro) kan worden beëindigd en dat de termijn van artikel 7:296 lid 2 BW Pro niet van toepassing is bij opzegging tegen het einde van de initiële looptijd van tien jaar. Zij menen dat de huidige situatie onwenselijk is omdat C1000 als tussenschakel fungeert en dat zij de bedrijfsruimte dringend nodig hebben om zelf een supermarkt te exploiteren of dit door Langerak Supermarkt te laten doen.
C1000 voert verweer dat Rijnstede Vastgoed niet ontvankelijk is omdat zij slechts economisch eigenaar is, dat de termijn van drie jaar wel van toepassing is, en dat er geen sprake is van persoonlijk gebruik dat als eigen gebruik kan gelden. Ook stelt C1000 dat haar belangen bij voortzetting van de huurovereenkomst zwaar wegen, mede vanwege haar investeringen en de franchiseformule.
De rechtbank oordeelt dat Rijnstede Vastgoed niet ontvankelijk is in haar vorderingen en dat de op grond van dringend eigen gebruik gestelde opzeggingsgrond faalt omdat geen economische eenheid bestaat die het gebruik als eigen gebruik kan kwalificeren. De belangenafweging (artikel 7:296 lid 3 BW Pro) leidt tot afwijzing van de vordering omdat het belang van C1000 bij voortzetting zwaarder weegt dan het belang van Bewaarder Rijnstede bij beëindiging. De vorderingen worden afgewezen en eisende partijen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik wordt afgewezen en Rijnstede Vastgoed wordt niet ontvankelijk verklaard.