ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7215
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderbouwing ernstige niet-politieke misdrijven
Eisers, afkomstig uit Libanon, vroegen asiel aan in Nederland. Verweerder weigerde hun verblijfsvergunningen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser veroordeeld zou zijn voor ernstige niet-politieke misdrijven, waaronder grootschalige drugshandel en poging tot moord.
De rechtbank onderzocht of deze weigering voldoende was gemotiveerd en of de misdrijven daadwerkelijk als ernstig en niet-politiek konden worden aangemerkt. Verweerder baseerde zich op individuele ambtsberichten en vonnissen uit Libanon, maar kon niet aantonen dat de strafmaat en aard van de misdrijven vergelijkbaar waren met Nederlandse normen of dat sprake was van grootschalige drugshandel.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de veroordelingen tot toepassing van artikel 1F moesten leiden. Ook de poging tot moord was niet afdoende gemotiveerd als grond voor uitsluiting. Daarnaast was de procedure zorgvuldig verlopen en was er geen sprake van schending van procesrechten.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en beval verweerder nieuwe besluiten te nemen binnen vier maanden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de verblijfsvergunningen wegens onvoldoende onderbouwing van ernstige niet-politieke misdrijven en beveelt nieuwe besluitvorming.