ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7369
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring na strafrechtelijke detentie binnen vertrektermijn
Eiser, een Guinese vreemdeling, zat van 25 november 2011 tot 24 januari 2012 een gevangenisstraf uit terwijl hij zich nog binnen zijn vertrektermijn bevond. Na afloop van zijn strafrechtelijke detentie werd hij direct in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank baseert zich op een eerdere uitspraak van de Raad van State (21 maart 2011) en oordeelt dat het niet tegen eiser kan worden ingebracht dat hij zijn vertrektermijn niet heeft nageleefd, omdat hij tijdens die termijn in detentie zat.
De rechtbank stelt dat eiser na zijn strafrechtelijke detentie de mogelijkheid had moeten krijgen om binnen de resterende vertrektermijn zelfstandig Nederland te verlaten, in plaats van direct in vreemdelingenbewaring te worden geplaatst. Het argument van verweerder dat eiser onvoldoende had gedaan om zijn terugkeer te bevorderen tijdens zijn detentie, leidt niet tot een ander oordeel.
De maatregel van vreemdelingenbewaring is daarom van meet af aan onrechtmatig. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de maatregel op met ingang van 23 februari 2012 en kent een schadevergoeding toe van €1.040,- voor 13 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens worden de proceskosten van €874,- aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en eiser krijgt een schadevergoeding van €1.040,- toegekend.