ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7448
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan motivering
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 12 juli 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Na meerdere eerdere afwijzingen van zijn beroepen tegen de bewaring, nam verweerder op 5 januari 2012 een besluit tot verlenging van de bewaringstermijn. Eiser stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor verlenging, namelijk het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding en het niet meewerken aan uitzetting, niet opgingen. Verweerder beschikte inmiddels over het geldige paspoort van eiser en de weigering van eiser om vertrekgesprekken te voeren leidde niet tot daadwerkelijke belemmering van zijn uitzetting. Het besluit tot verlenging ontbeerde daarmee een deugdelijke motivering.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en stelde vast dat de bewaring vanaf 12 januari 2012 onrechtmatig was. Voor de periode van 17 januari tot en met 20 februari 2012 kende de rechtbank een schadevergoeding toe van € 2.880,00, gebaseerd op een richtlijn van € 80 per dag. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten van € 437,00. Het beroep tegen de voortduring van de bewaring werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang daarvoor was komen te vervallen.
Uitkomst: Het besluit tot verlenging van de vreemdelingenbewaring is vernietigd en de bewaring onrechtmatig verklaard vanaf 12 januari 2012 met toekenning van schadevergoeding.