ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7858
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Eigendomsgeschil over Porsche na beëindiging affectieve relatie
Partijen hadden een affectieve relatie van april 2009 tot december 2011 en sloten een samenlevingsovereenkomst. De man kocht op 8 oktober 2010 een Porsche, die op naam van de vrouw werd gesteld omdat zij de auto gebruikte en de fiscale bijtelling wilde vermijden. Na beëindiging van de relatie ontstond een geschil over het eigendom van de auto. De vrouw stelde dat de Porsche aan haar was geschonken, terwijl de man stelde dat hij eigenaar bleef en de vrouw slechts gebruiksrecht had.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat de Porsche op naam van de vrouw stond en dat zij de kosten betaalde, geen eigendomsoverdracht bewijst. De getuigenverklaringen over een schenking waren onvoldoende en de man had gemotiveerd betwist dat sprake was van een schenking. Ook het bezit en gebruik van de auto door beide partijen maakte niet duidelijk wie bezitter was. De rechtbank achtte voorshands aannemelijk dat de man eigenaar bleef en dat de vrouw slechts gebruiksrecht had.
De vrouw werd veroordeeld om binnen 24 uur na betekening alle kentekenbewijzen en sleutels van de Porsche aan de man af te geven en mee te werken aan tenaamstelling op zijn naam. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het geval zij niet zou voldoen. Het verzoek van de vrouw om de man te verbieden de woning zonder toestemming te betreden werd toegewezen, maar zonder dwangsom omdat de man had toegezegd de woning niet zonder toestemming te bezoeken. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: De man wordt eigenaar van de Porsche erkend en de vrouw wordt veroordeeld tot afgifte van kentekenbewijzen en sleutels.