ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7997
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- J.P.F. Slijpen
- G.J. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in belastingzaak
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting en een vergrijpboete voor het jaar 2005. De Belastingdienst heeft het bezwaarschrift pas na ongeveer veertien maanden behandeld, waardoor de redelijke termijn met circa vier maanden werd overschreden.
De rechtbank hanteert de vuistregels van de Centrale Raad van Beroep, waarbij de bezwaarfase een half jaar en de beroepsfase anderhalf jaar mag duren. In deze zaak duurde de bezwaarfase echter ruim een jaar, waardoor de overschrijding volledig aan de Belastingdienst kan worden toegerekend.
Eiser vordert een vergoeding van €500 voor de overschrijding van de termijn in de procedure over de aanslag en €2.285 voor de procedure over de boete. De rechtbank wijst het verzoek voor de boete af, omdat voor boetes een ander regime geldt waarbij de boete kan worden verminderd tot nihil, wat hier reeds is gebeurd.
De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot betaling van een schadevergoeding van €500 aan eiser wegens de overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase. Het verzoek tot vergoeding van immateriële schade over de boete wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot betaling van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase.