ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8958
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoeken tegen rechter in vreemdelingenzaken rechtbank ’s-Gravenhage
In deze bestuursrechtelijke procedure zijn wrakingsverzoeken ingediend door de advocaat van twee vreemdelingen en hun minderjarige kinderen tegen de behandelend rechter in procedures over inbewaringstelling op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
De wrakingskamer, bestaande uit rechters van de rechtbank Roermond, heeft zich bevoegd verklaard de verzoeken te behandelen op grond van wettelijke bepalingen en het wrakingsprotocol van de rechtbank ’s-Gravenhage. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de vreemdelingen zijn verzoeken niet nader onderbouwd.
De wrakingskamer heeft beoordeeld dat er geen feiten of omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor rechterlijke partijdigheid rechtvaardigen. Het subjectieve standpunt van de verzoeker is onvoldoende zonder concrete aanwijzingen.
Daarom zijn de wrakingsverzoeken ongegrond verklaard en afgewezen. De uitspraak is mondeling gegeven op de zitting van 6 maart 2012 te Roermond.
Uitkomst: De wrakingsverzoeken tegen de behandelend rechter zijn afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.