ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9018
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Somalië binnen redelijke termijn
Eiser, een Somalische vreemdeling, werd op 27 februari 2012 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het niet naleven van zijn vertrektermijn en het ontbreken van middelen van bestaan. Verweerder was voornemens de gedwongen uitzetting naar Somalië, met name Mogadishu, te hervatten op basis van een Memorandum of Understanding (MoU) met de Somalische autoriteiten.
Tijdens de zitting en in schriftelijke stukken stelde verweerder dat de uitzetting via Nairobi naar Mogadishu zou verlopen, waarbij de Koninklijke Marechaussee de escort begeleidt tot Nairobi, maar niet verder naar Mogadishu. De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende concrete informatie verstrekte over de wijze van uitvoering van de uitzetting vanaf Nairobi naar Mogadishu, de veiligheidssituatie, en de termijn waarbinnen uitzetting zou plaatsvinden.
De rechtbank concludeerde dat er geen redelijk vooruitzicht bestond op uitzetting binnen een redelijke termijn. Daarom werd het beroep van eiser gegrond verklaard, de maatregel van bewaring opgeheven en een schadevergoeding van €1.420 toegekend voor de onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten van €874 aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en eiser krijgt een schadevergoeding toegekend.