ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9695
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en voortzetting vrijheidsontnemende maatregel wegens onvoldoende vluchtelingstatus en risico onderduiken
Verzoeker, een asielzoeker van Jemenitische nationaliteit en Somalische afkomst, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De aanvraag werd afgewezen omdat onvoldoende aanknopingspunten waren om hem als vluchteling te erkennen. De rechtbank oordeelde dat mishandeling en discriminatie in Jemen niet zodanig ernstig waren dat dit vluchtelingstatus rechtvaardigde.
Daarnaast werd de vrijheidsontnemende maatregel voortgezet omdat verzoeker onjuiste gegevens had verstrekt over zijn reis naar Nederland, onvoldoende middelen van bestaan had en geen vaste woon- of verblijfplaats kon aantonen. Dit vormde een risico op onderduiken, wat rechtvaardigde dat de maatregel werd gehandhaafd.
De rechtbank concludeerde dat de voortzetting van de maatregel niet in strijd was met de Vreemdelingenwet en dat de belangenafweging dit rechtvaardigde. Het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en partijen werden niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding afgewezen.