ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9704
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht als gezinslid van EU-burger op grond van artikel 20 VWEU
Verzoekster, een Guinese vrouw, vroeg om een verblijfsdocument als gezinslid van haar Nederlandse zoon, die de Nederlandse nationaliteit bezit. Haar aanvraag werd afgewezen omdat verweerder van mening was dat het kind door zijn Nederlandse vader verzorgd kan worden en dat uitzetting van verzoekster niet automatisch betekent dat het kind de EU moet verlaten.
Verzoekster beroept zich op het EU-recht, met name artikel 20 van Pro het VWEU en de arresten Ruiz Zambrano en Dereci, waarin het Hof van Justitie het verblijfsrecht van ouders van EU-burgers bespreekt. De voorzieningenrechter overweegt dat de vader van het kind in Nederland woont en dat het kind niet gedwongen wordt de EU te verlaten.
Een brief van de GGD vermeldt een spraak- en taalachterstand bij het kind en mogelijke onderstimulatie, maar de voorzieningenrechter acht niet aannemelijk dat de vader de zorg niet kan dragen, ook al is hij regelmatig voor werk afwezig. De aanwezigheid van verzoekster is niet noodzakelijk voor de taalontwikkeling van het kind.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar uitzetting leidt tot het verlies van het effectieve genot van de rechten van haar zoon als EU-burger. Daarom wordt het verzoek afgewezen en wordt geen voorlopige voorziening getroffen.
Uitkomst: Het verzoek om een verblijfsdocument wordt afgewezen omdat de Nederlandse vader van het kind de zorg kan dragen en uitzetting van verzoekster niet leidt tot vertrek van het kind uit de EU.