ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9771
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens toepassing interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen
Verzoeker, een Russische staatsburger, diende een asielaanvraag in Nederland in die werd afgewezen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek. Dit volgt uit het Eurodac-systeem waaruit blijkt dat hij eerder in Polen asiel heeft aangevraagd. Verzoeker betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan gelden ten aanzien van Polen, onder meer vanwege zijn gedoogstatus, detentie en gebrek aan opvang in Polen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de door verzoeker aangevoerde rapporten en verklaringen geen concrete aanwijzingen bevatten dat Polen zijn internationale verplichtingen onder het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 EVRM Pro schendt. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker zich niet tot de Poolse autoriteiten kan wenden voor bescherming. Het arrest M.S.S. en relevante jurisprudentie werden betrokken bij de toetsing.
De rechtbank concludeerde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing blijft en dat de Nederlandse overheid terecht de asielaanvraag heeft afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.