ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9957
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.H.Th. de Boer
- M. Rootring
- M.W. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord, veroordeling doodslag na disproportionele zelfverdediging met mes en wurging
Op 28 september 2011 meldde verdachte zichzelf bij de politie met de mededeling dat hij iemand in zijn woning had gedood. Uit onderzoek bleek dat verdachte het slachtoffer meerdere malen met een mes in hals en hoofd had gestoken en daarna had verwurgd. Het slachtoffer was ongewapend vanaf het moment dat het mes op de grond viel en verdachte het lemmet bemachtigde.
De rechtbank oordeelde dat verdachte zich mocht verdedigen tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding, maar dat hij daarbij een te zwaar middel koos. Het messteken en de daaropvolgende wurging waren niet proportioneel ten opzichte van de aanval. Het beroep op noodweer werd daarom verworpen. Ook het beroep op noodweerexces werd afgewezen omdat geen hevige gemoedsbeweging aannemelijk was die het handelen onmiddellijk rechtvaardigde.
De rechtbank sprak verdachte vrij van moord wegens ontbreken van voorbedachte raad, maar verklaarde doodslag bewezen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar, met aftrek van voorarrest. Tevens werd een schadevergoeding van €1.641,50 toegewezen aan de benadeelde partij. De strafmaat werd mede bepaald door de ernst van het feit, het ontbreken van berouw en het recidiverisico.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor doodslag na disproportionele zelfverdediging; noodweer en noodweerexces verworpen.