ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9972
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring van Dublin-claimant en afwijzing schadevergoeding
Eiser, een Dublin-claimant, werd op 2 maart 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). De bewaring werd opgeheven op 8 maart 2012 vanwege effectuering van de uitzetting naar Zweden. Eiser stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht om opheffing en schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de Terugkeerrichtlijn sinds 31 december 2011 in Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd, waardoor geen ruimte meer is voor rechtstreekse werking van de richtlijn, tenzij sprake is van onvolledige of onjuiste implementatie. De richtlijn is niet van toepassing op Dublin-claimanten, aangezien terugkeer alleen geldt naar landen buiten de EU. Wel past de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de toetsingsvereisten van de richtlijn analoog toe, behoudens tegenstrijdigheden met de Vw 2000.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was omdat de grondslag - dat de noodzakelijke documenten voor terugkeer voorhanden zijn of binnen korte termijn beschikbaar komen - valt onder artikel 59 lid 2 Vw Pro 2000. De belangenafweging bij Dublin-claimanten valt in beginsel ten nadele van de vreemdeling, omdat het risico op ontduiking altijd aanwezig is. Verweerder kon niet volstaan met een lichter middel. Er was geen onrechtmatigheid in de bewaring en geen reden voor schadevergoeding.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bewaring van de Dublin-claimant rechtmatig was en wijst het verzoek om schadevergoeding af.