ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0346
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring en uitzicht op verwijdering Iraakse vreemdeling
Eiser, een Iraakse vreemdeling, is op 10 november 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank beoordeelt of het voortduren van de bewaring sinds de sluiting van het onderzoek op 7 februari 2012 rechtmatig is.
Verweerder heeft verklaard dat er nog steeds diplomatiek overleg plaatsvindt met de Iraakse autoriteiten om de uitzettingen naar Irak te hervatten. Diverse gesprekken op hoog niveau, waaronder tussen de Nederlandse ambassadeur in Bagdad en Iraakse ministers, en tussen de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en Iraakse migratieautoriteiten, hebben plaatsgevonden. Hoewel nog geen concrete toezeggingen zijn gedaan over laissez-passers of gedwongen uitzettingen, is er volgens de rechtbank nog steeds een redelijk vooruitzicht op verwijdering binnen een redelijke termijn.
De rechtbank acht het voortduren van de bewaring daarom rechtmatig en wijst het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter F.H. Machiels op 29 maart 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.