ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0348
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsdocument
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan. De minister erkende de overschrijding van de beslistermijn, maar stelde dat de ingebrekestelling prematuur en ongeldig was. De rechtbank oordeelt echter dat de ingebrekestelling slechts twee dagen te vroeg was en daardoor geldig kan worden geconverteerd naar de dag waarop de beslistermijn verstreek.
De rechtbank stelt vast dat de minister geen reden heeft gegeven voor de overschrijding en geen termijn heeft genoemd waarbinnen alsnog een besluit wordt genomen. Gelet op de wetsgeschiedenis is het niet mogelijk om een ingebrekestelling voorafgaand aan het verstrijken van de beslistermijn te doen, maar in dit geval was dat niet het geval. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond en beveelt dat binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit wordt genomen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 26 maart 2012.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt verplicht binnen twee weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.