ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0486
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ’t Laar
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring EU-onderdaan wegens ernstige bedreiging samenleving
Eiser, een Poolse EU-onderdaan, werd veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens poging tot doodslag en mishandeling, met een bijzondere voorwaarde tot behandeling van zijn verslaving. Verweerder beëindigde daarop zijn verblijfsrecht en verklaarde hem ongewenst op grond van de Verblijfsrichtlijn en de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser betoogde dat hij nog geen kans heeft gehad om positieve gedragsverandering te tonen en dat het besluit in strijd is met het recht op privéleven en het beginsel van het nuttig effect van de Verblijfsrichtlijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt, mede op basis van een reclasseringsadvies dat het recidivegevaar als hoog gemiddeld inschat.
De bijzondere voorwaarde tot behandeling is een verplichting en geen recht, en staat niet aan de verblijfsbeëindiging in de weg. De rechtbank verwierp het beroep op het EVRM-artikel 8 en Pro het Ciliz-arrest, omdat eiser niet in een onmogelijke positie wordt gebracht. Tevens wees de rechtbank het verzoek om restitutie van griffierecht af, omdat het beroep ontvankelijk was en geen inbreuk op het recht op toegang tot de rechter werd vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.