ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0688
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot pensioenverevening en uitkering depot na echtscheiding
Eiseres en gedaagde zijn gescheiden en hebben een notariële akte gesloten waarin pensioenrechten worden verdeeld volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Eiseres vordert betaling van de helft van de pensioentermijnen vanaf 1 april 2006, directe betaling door pensioenuitkerende instantie, medewerking aan uitkering van een depot en proceskosten.
Gedaagde betoogt dat eiseres haar rechten heeft verwerkt door jarenlang niets te ondernemen en dat FPU-uitkeringen niet onder de Wet verevening pensioenrechten vallen. De rechtbank verwerpt het beroep op rechtsverwerking, omdat er na het kort geding alsnog een regeling is getroffen en gedaagde zelf door het pensioenfonds is gewezen op zijn verplichtingen.
De rechtbank oordeelt dat FPU-uitkeringen buiten de reikwijdte van de Wet vallen, maar dat eiseres recht heeft op de helft van het ouderdomspensioen. De vordering tot betaling van achterstallige pensioentermijnen wordt toegewezen. Ook wordt gedaagde veroordeeld tot medewerking aan de uitkering van het depot van € 4.982,-. Proceskosten worden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van pensioenverevening, medewerking aan uitkering depot en proceskosten.