ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1107
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering gezinsbijstand wegens schending inlichtingenplicht en beoordeling middelen
Eiser is hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor terugvordering van een bedrag van € 20.220,09 wegens schending van de inlichtingenplicht door zijn ex-partner, die bijstand ontving terwijl zij een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. Verweerder vorderde dit bedrag van eiser omdat hij volgens artikel 59 van Pro de Wwb hoofdelijk aansprakelijk is.
Eiser voerde aan dat hij recht had op gezinsbijstand in 2007 en 2009 omdat zijn inkomen onder de norm lag. De rechtbank oordeelt dat eiser ten onrechte geen inhoudelijke beoordeling van dit verweer heeft gekregen, omdat hij niet partij was in de procedure tussen verweerder en zijn ex-partner. De rechtbank verklaart het beroep gegrond op dit punt, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij daadwerkelijk recht had op gezinsbijstand.
De rechtbank stelt vast dat opnamen uit het vermogen van de onderneming door eiser als middelen in de zin van artikel 31 Wwb Pro moeten worden beschouwd, omdat deze opnamen zijn gebruikt voor hypotheeklasten en levensonderhoud. Hierdoor overstijgen de middelen de norm voor gezinsbijstand. Tevens oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn in de procedure.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van € 874 en het griffierecht van € 41 aan eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.