ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1113
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bouwvergunning dakopbouw en toepassing Haagse Bezonningsnorm met excessenregeling
Verweerder verleende vergunninghouder een bouwvergunning voor een dakopbouw op een woning, waarbij eisers bezwaar maakten tegen de gevolgen voor de bezonning en de precedentwerking van het bouwplan. Na meerdere eerdere procedures en vernietigingen van besluiten, stond de rechtbank voor de vraag of verweerder de belangen van omwonenden voldoende had meegewogen en of de bouwvergunning in redelijkheid kon worden verleend.
De rechtbank overwoog dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan, maar dat verweerder bevoegd was vrijstelling te verlenen op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. De beoordeling van de schaduwwerking vond plaats aan de hand van de Haagse Bezonningsnorm, inclusief de excessenregeling, waarbij werd vastgesteld dat de bezonning niet onevenredig werd verminderd.
Eisers stelden dat de dakopbouw in afwijking van de vergunning was gerealiseerd en dat verweerder niet handhavend optrad, maar dit viel buiten de reikwijdte van het geding. Ook het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de totale procedure niet langer dan vijf jaar had geduurd.
De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid tot het bestreden besluit had kunnen komen en verklaarde de beroepen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot verlening van de bouwvergunning en vrijstelling worden ongegrond verklaard.