ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1627
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning ondanks langdurig verblijf en arbeid in Nederland
De vreemdeling verbleef ongeveer zeventien jaar in Nederland en werkte bijna dertien jaar bij dezelfde werkgever, maar had slechts één jaar een verblijfsvergunning. Zijn aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning werd afgewezen omdat hij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd was omdat niet was beoordeeld of vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van artikel 3.71, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 mogelijk was. Na aanvulling van de motivering concludeert de rechtbank dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn banden met Nederland zo bijzonder zijn dat vrijstelling gerechtvaardigd is.
De rechtbank erkent het langdurige verblijf en de arbeidsrelatie, maar benadrukt dat het grotendeels onrechtmatige karakter van het verblijf en het ontbreken van andere bijzondere sociale banden leiden tot rechtmatigheid van de weigering. Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Vergoeding van griffierecht en proceskosten wordt toegewezen, schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.