ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1991
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bewaring, terugkeerbesluit en inreisverbod bij vreemdeling zonder verblijfsvergunning
Eiser, een vreemdeling van Ghanese nationaliteit, werd in bewaring gesteld nadat zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier negatief werd beslist en hij Nederland niet binnen de gestelde termijn verliet. Verweerder legde de bewaring op wegens het niet naleven van verplichtingen uit het Vreemdelingenbesluit 2000, het ontbreken van een vaste verblijfplaats, onvoldoende middelen van bestaan en het verrichten van arbeid in strijd met de wet.
Eiser voerde aan dat een lichter middel had kunnen worden toegepast en dat het inreisverbod niet voldoende was gemotiveerd, met name ten aanzien van de maximale duur van twee jaar. De rechtbank oordeelde dat de ernst van de aanleiding voor het inreisverbod reeds in de wet is verdisconteerd en dat verweerder pas hoeft te motiveren bij afwijking van de maximale duur. Aangezien eiser geen bijzondere individuele omstandigheden had gesteld, was nadere motivering niet vereist.
De rechtbank volgde het standpunt van verweerder en verwierp de beroepen tegen de bewaring, het terugkeerbesluit en het inreisverbod. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af, omdat geen omstandigheden aanwezig waren die daartoe aanleiding gaven. De rechtbank zag geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de bewaring, het terugkeerbesluit en het inreisverbod worden ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.