ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2427
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige machtiging en niet-toepassing hardheidsclausule
Verzoeker, een Surinaamse vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, die is afgewezen omdat hij niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoeker stelde dat uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn gezinsleven met Nederlandse kinderen en partner.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker het bestaan van een familierechtelijke relatie met de kinderen niet aannemelijk had gemaakt en dat verweerder terecht had geoordeeld dat geen vrijstelling van het mvv-vereiste van toepassing was. De belangenafweging van verweerder was voldoende gemotiveerd en in overeenstemming met artikel 8 EVRM Pro.
De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die dit rechtvaardigden. Verzoeker werd geacht zichzelf te kunnen handhaven in zijn land van herkomst. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.