ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2487
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing executie verstekvonnis wegens overschrijding beroepstermijn
Eiser werd in 2009 bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden en een schadevergoedingsmaatregel. Hij stelde in 2012 hoger beroep in tegen dit vonnis, nadat hij in Nederland was overgebracht vanuit Duitsland. Eiser voerde aan dat hij de Nederlandse taal niet machtig was en pas in 2012 kennis had genomen van het vonnis, waardoor het hoger beroep tijdig zou zijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser geacht moet worden kennis te hebben genomen van het verstekvonnis toen het in 2009 aan hem betekend werd, ook al was de akte in het Frans opgesteld. Daarnaast werd de overleveringsprocedure in Duitsland als een omstandigheid gezien waaruit bekendheid met het vonnis kon worden afgeleid. Hierdoor begon de beroepstermijn te lopen in 2009 of uiterlijk in 2011.
Omdat het hoger beroep pas in 2012 werd ingesteld, was het verstekvonnis al onherroepelijk geworden. De executie van het vonnis kon daarom terecht worden voortgezet. De vordering tot schorsing van de executie werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de executie van het verstekvonnis wordt afgewezen omdat het hoger beroep te laat is ingesteld.