ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2711
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit na gerechtelijke vaderschapsvaststelling
Verzoeker, geboren in 1984 als natuurlijk kind van een Duitse moeder, verzocht de rechtbank vast te stellen dat hij sinds zijn geboorte of vanaf 2001 de Nederlandse nationaliteit bezit. Dit verzoek baseerde hij op een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in Duitsland in 2001, waarbij werd vastgesteld dat zijn vader van Nederlandse nationaliteit was.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de officier van justitie concludeerden tot afwijzing van het verzoek, omdat de Nederlandse nationaliteitswetgeving ten tijde van de geboorte van verzoeker (Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap, WNI) geen verkrijging van de nationaliteit kende door gerechtelijke vaderschapsvaststelling.
De rechtbank overwoog dat hoewel de vaderschapsvaststelling een familierechtelijke betrekking vestigt, deze niet leidt tot verkrijging van het Nederlanderschap onder de toen geldende wet. Deze mogelijkheid is pas per 1 april 2003 in de Rijkswet op het Nederlanderschap opgenomen en kent geen terugwerkende kracht.
Daarom werd het verzoek van verzoeker afgewezen en werd vastgesteld dat hij niet sinds zijn geboorte of vanaf 2001 de Nederlandse nationaliteit bezit.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen omdat de gerechtelijke vaderschapsvaststelling niet leidt tot verkrijging van de Nederlandse nationaliteit onder de toen geldende wet.