ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2957
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens eigen faillissementsaanvraag om arbeidsrechtelijke bescherming te ontlopen
Eiseres was sinds 1988 in dienst bij IBO, een lingeriewinkel die in 2007 werd overgenomen. In 2009 ontstond een arbeidsconflict waarna eiseres ziek werd gemeld. Pogingen tot beëindiging van het dienstverband tegen een vergoeding liepen spaak. IBO kondigde aan faillissement aan te vragen indien eiseres niet akkoord ging met een vergoeding van € 20.000,-. Op 5 januari 2010 werd IBO failliet verklaard op eigen aangifte van de bestuurder, die tevens enig aandeelhouder was.
Na het faillissement nam een nieuw opgerichte vennootschap, eveneens bestuurd door de aandeelhouders van IBO, de winkel en werknemers over, behalve eiseres. De rechtbank oordeelde dat het faillissement was aangevraagd met het exclusieve doel om de normale arbeidsrechtelijke bescherming van eiseres te ontlopen, hetgeen onrechtmatig is. Hierdoor ontstond schade doordat eiseres een lagere ontslagvergoeding ontving dan bij een reguliere ontbindingsprocedure zou zijn toegekend.
De rechtbank stelde de bruto inkomensschade op € 12.440,33, waarvan een netto-equivalent van € 7.250,- werd toegewezen. Vergoedingen voor immateriële schade en buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De bestuurders werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Bestuurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €7.488,- schadevergoeding plus rente en proceskosten wegens onrechtmatige faillissementsaanvraag.