ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3084
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verplaatsing ambtenaar binnen Raad van State
Verzoeker, sinds 1979 in dienst bij de Raad van State en werkzaam als medewerker administratie, werd mondeling medegedeeld dat hij zijn werkzaamheden zou gaan verrichten bij een andere unit binnen de Algemene kamer, in plaats van de Ruimtelijke-ordeningskamer. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat een wijziging van de plaats waar het samenstel van werkzaamheden wordt verricht, ook binnen dezelfde organisatie, het samenstel van werkzaamheden raakt en daarmee de rechtspositie van de ambtenaar. De mondelinge mededeling werd aangemerkt als een met een besluit gelijk te stellen handeling.
Verweerder stelde dat de verplaatsing noodzakelijk was vanwege een hogere instroom van zaken bij de Algemene kamer en het dienstbelang dit vereiste. Verzoeker voerde persoonlijke bezwaren aan, waaronder een slechte verhouding met het unithoofd en gebrek aan affiniteit met de nieuwe collega's, maar deze werden niet aannemelijk gemaakt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het dienstbelang voldoende was onderbouwd en dat de verplaatsing niet onhoudbaar was. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de verplaatsing van verzoeker wordt afgewezen.