ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3353
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voortgezet verblijf na intrekking B9-verblijfsvergunning wegens paspoortvereiste
Eisers, een gezin dat sinds 2004 in Nederland verblijft, hebben meerdere asielprocedures doorlopen en tijdelijk verblijfsvergunningen ontvangen op grond van het B9-beleid als slachtoffers van mensenhandel. Na sepot van de strafzaak tegen de vermeende dader en afwijzing van hun klacht bij het gerechtshof, trok de Immigratie- en Naturalisatiedienst hun B9-verblijfsvergunningen in en weigerde voortgezet verblijf, mede vanwege het niet voldoen aan het paspoortvereiste.
De rechtbank overweegt dat eisers onvoldoende hebben aangetoond dat zij door de autoriteiten van hun land van herkomst niet in het bezit kunnen worden gesteld van geldige documenten voor grensoverschrijding. De door hen overgelegde verklaringen zijn onvoldoende gemotiveerd en missen essentiële details. Bovendien is het lange verblijf in Nederland grotendeels het gevolg van eerdere procedures en illegaal verblijf, wat niet aan verweerder kan worden toegerekend.
De rechtbank oordeelt dat eisers geen recht kunnen ontlenen aan artikel 8 EVRM Pro voor voortgezet verblijf, mede omdat de verblijfsvergunningen onder het B9-beleid tijdelijk waren en het belang van het algemene immigratiebeleid zwaarder weegt. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de intrekking van hun verblijfsvergunningen wordt ongegrond verklaard.