ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3362
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering aan vreemdeling zonder verblijfsrecht in Nederland ondanks minderjarig Nederlands kind
Verzoekster, een Chinese nationaliteit houdende vrouw met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in Italië, vroeg in Nederland een bijstandsuitkering aan omdat zij niet mag werken en moeder is van een minderjarig Nederlands kind. De gemeente wees de aanvraag af omdat zij niet beschikt over een verblijfstitel die recht geeft op bijstand. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening, waarbij de voorzieningenrechter aanvankelijk voorschotten toekende.
Na een definitieve afwijzing van het bezwaar stelde de voorzieningenrechter dat verzoekster niet valt onder de beschermde categorieën van de Wwb en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is vanwege de Koppelingswet. Het beroep op het Zambrano-arrest werd door verzoekster ingetrokken. De rechter oordeelde dat een eventuele positieve verplichting uit artikel 8 EVRM Pro niet via de Wwb kan worden ingevuld, maar bij andere bestuursorganen ligt.
De minderjarige werd niet als zelfstandige aanvrager gezien en het beroep van verzoekster werd ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens het ontbreken van een verblijfstitel die recht geeft op bijstand.