ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3507
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens schending hoorplicht en onvoldoende motivering
Eiseres kreeg een terugkeerbesluit met een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Zij stelde beroep in tegen het inreisverbod en voerde aan dat zij niet correct was geïnformeerd over haar recht om schriftelijk te reageren op het voorgenomen besluit, zoals vereist volgens artikel 4:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarnaast stelde zij dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat een andere vreemdeling met vergelijkbare of zwaardere omstandigheden geen inreisverbod kreeg.
De rechtbank oordeelde dat artikel 4:9 Awb Pro onvoorwaardelijk voorschrijft dat een belanghebbende de keuze moet hebben om mondeling of schriftelijk te reageren. Eiseres kon redelijkerwijs niet bekend zijn met deze keuze, waardoor verweerder de plicht had haar hierover actief te informeren. Het niet informeren leidde tot een schending van de hoorplicht. Tevens was de motivering van het besluit onvoldoende, omdat verweerder het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet adequaat had weerlegd.
Daarom werd het inreisverbod vernietigd wegens strijd met artikel 4:9 en Pro 3:46 Awb. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 874. De rechtbank benadrukte het belang van een zorgvuldige procedure en adequate motivering bij bestuursbesluiten die ingrijpende gevolgen hebben voor vreemdelingen.
Uitkomst: Het opgelegde inreisverbod aan eiseres is vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering.