ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3604
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mensenhandel en geen strafoplegging voor bezit kinderpornografie ondanks bewezen feiten
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een zaak waarin verdachte werd vervolgd voor bezit van kinderpornografisch materiaal en mensenhandel. De officier van justitie had aangekondigd vrijspraak te vragen voor het mensenhandelfeit en verstrekte geen dossier hierover, waardoor de rechtbank het OM niet-ontvankelijk verklaarde voor dat feit.
Betreffende het bezit van kinderpornografie werd vastgesteld dat verdachte gedurende ruim anderhalf jaar vier films met seksuele handelingen van minderjarige meisjes in bezit had. Verdachte had deze films één keer kort bekeken en daarna nagelaten ze te verwijderen. Verdachte werd vrijgesproken van verspreiding wegens onvoldoende bewijs.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met het ontbreken van eerdere veroordelingen, de overschrijding van de redelijke termijn, de impact van de zaak op de beroepskeuze van verdachte die rechten studeert, en de geringe ernst van het feit. Daarom werd toepassing gegeven aan artikel 9a Sr en geen straf opgelegd.
De rechtbank adviseerde verdachte bij toekomstige VOG-aanvragen dit vonnis mee te zenden, omdat de combinatie van de schuldigverklaring en de niet-ontvankelijkverklaring van het OM geen reden zou moeten zijn voor weigering van een VOG, mede gelet op artikel 8 EVRM Pro.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van mensenhandel, schuldig aan bezit kinderpornografie, maar geen straf opgelegd wegens toepassing artikel 9a Sr en persoonlijke omstandigheden.