ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3710
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling partneralimentatie wegens ontbreken behoefte
De vrouw verzocht de rechtbank om vaststelling van partneralimentatie, nadat een eerder verzoek in hoger beroep was afgewezen. De man stelde dat de vrouw zich zodanig had gedragen dat hij niet langer verplicht was bij te dragen aan haar levensonderhoud en dat de lotsverbondenheid was geëindigd. De rechtbank vond dat de man deze stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat de vrouw geen grievende gedragingen had vertoond die de alimentatieplicht zouden kunnen beëindigen.
Verder was gebleken dat de vrouw een van haar dienstbetrekkingen had opgezegd, waardoor haar inkomen was gedaald, en dat een kind meerderjarig was geworden waardoor de man geen kinderalimentatie meer betaalde. De rechtbank oordeelde dat deze gewijzigde omstandigheden een herbeoordeling rechtvaardigden. De vrouw stelde een netto inkomen van €800 per maand, maar de rechtbank vond dat zij onvoldoende had aangetoond dat zij genoodzaakt was haar baan op te zeggen en onvoldoende inspanningen had verricht om een hoger inkomen te verwerven.
De rechtbank ging daarom uit van een hogere verdiencapaciteit van de vrouw, berekende haar netto besteedbaar inkomen op circa €1.300 per maand en hield rekening met een redelijke bijdrage van haar meerderjarige kinderen. Hierdoor concludeerde de rechtbank dat de vrouw in haar eigen levensonderhoud kon voorzien en geen behoefte had aan partneralimentatie. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van partneralimentatie wordt afgewezen wegens het ontbreken van behoefte.