ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4261
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken uitzicht op uitzetting naar Irak
Eiser, van Iraakse nationaliteit, werd op 2 februari 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na een eerdere ongegronde uitspraak tegen de bewaring, stelde eiser beroep in tegen de voortzetting van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalde op 13 april 2012 dat er onder omstandigheden geen uitzicht is op uitzetting naar Irak vanaf 15 maart 2012. Verweerder stelde dat de bewaring rechtmatig voortduurde omdat de Iraakse autoriteiten de nationaliteit van eiser nog niet hadden bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geen aanknopingspunten had voor twijfel aan de Iraakse nationaliteit van eiser, die steeds was aangenomen in eerdere asielprocedures. Gezien het ontbreken van uitzicht op uitzetting was voortzetting van de bewaring onrechtmatig.
De rechtbank beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent eiser een schadevergoeding van €3.280 toe voor de onrechtmatig doorgebrachte dagen. Tevens worden de proceskosten van €874 aan eiser toegekend. Tegen deze uitspraak staan geen rechtsmiddelen open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de opheffing van de vreemdelingenbewaring omdat het zicht op uitzetting naar Irak ontbreekt sinds 15 maart 2012.