ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4593
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over asielaanvraag wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel en onvoldoende beoordeling situatie Italië
Verzoeker, van Somalische nationaliteit, diende op 1 april 2009 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister wees deze aanvraag af op grond van de Dublin-verordening, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter constateerde dat het besluit gebaseerd was op een voornemen van 23 december 2009, terwijl daarna belangrijke nieuwe stukken en rapporten over de situatie van asielzoekers in Italië waren ingediend. De minister had nagelaten een nieuw voornemen uit te brengen en verzoeker de gelegenheid te geven hierop te reageren, wat in strijd is met artikel 3.119 van het Vreemdelingenbesluit en artikel 3:46 Awb Pro.
Verder oordeelde de rechtbank dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij het rapport van commissaris Hammarberg van 7 september 2011 niet inhoudelijk had beoordeeld. De verwijzing naar eerdere uitspraken volstond niet. Gelet op het arrest M.S.S. tegen België en Griekenland is een zorgvuldige beoordeling van dergelijke rapporten noodzakelijk. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en onvoldoende beoordeling van relevante rapporten.