ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4642
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijke vrijheidsberoving in kelderbox
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het wederrechtelijk beroven van de vrijheid van aangeefster [X] door haar in een kelderbox op te sluiten tussen 2 en 4 oktober 2011.
Aangeefster verklaarde aanvankelijk vrijwillig in de kelderbox te zijn geweest, maar stelde later dat het verblijf onvrijwillig werd. Haar verklaringen waren echter tegenstrijdig over het moment en de duur van de vermeende vrijheidsberoving, evenals over wie de sleutel van de kelderbox bezat.
De rechtbank oordeelde dat door deze tegenstrijdigheden en het ontbreken van ondersteunend bewijs niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte en medeverdachten aangeefster gedurende de genoemde periode tegen haar wil hadden vastgehouden.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving wegens onvoldoende bewijs.
De uitspraak werd gedaan door mr. A.J. Milius, voorzitter, mr. H. Dragtsma, kinderrechter, en mr. M.W. Groenendijk, rechter, op 27 april 2012.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van wederrechtelijke vrijheidsberoving.