ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4732
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verblijfsvergunning na Dublinprocedure en nieuwe asielaanvraag
Eiser, een Iraakse vreemdeling, diende in 2007 een eerste asielaanvraag in die werd afgewezen op grond van de Dublinverordening omdat Griekenland verantwoordelijk was voor de behandeling. Door het niet tijdig overdragen aan Griekse autoriteiten diende eiser in 2010 een nieuwe asielaanvraag in, waarop hem een verblijfsvergunning asiel werd verleend met ingang van die datum.
Eiser betoogde dat de ingangsdatum van de vergunning gelijk moest zijn aan de datum van zijn eerste aanvraag, omdat de feiten en omstandigheden gelijk waren en hij de bescherming vanaf het begin zocht. De rechtbank oordeelde dat artikel 44 lid 2 Vreemdelingenwet Pro 2000 dit niet toestaat, omdat bij de eerste aanvraag niet aan alle voorwaarden was voldaan.
De rechtbank verwierp ook het beroep op de Procedurerichtlijn, omdat deze niet van toepassing is op Dublinprocedures. Verder werd geoordeeld dat het niet overdragen aan Griekenland geen gevolg was van jurisprudentie van het EHRM, maar praktische problemen en dat de nieuwe aanvraag bepalend is voor de ingangsdatum.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de verblijfsvergunning blijft 17 mei 2010, de datum van de nieuwe aanvraag.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de verblijfsvergunning blijft 17 mei 2010.