ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5494
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verlaging griffierecht naar tarief voor onvermogenden afgewezen wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het door de griffier opgelegde griffierecht van €1.400,- en verzocht dit te verlagen naar het tarief voor onvermogenden van €71,-. De procedure betrof een dagvaardingszaak waarin verzoeker sub 1 werd bijgestaan door verzoeker sub 2, die zich op 27 september 2011 namens hem stelde. Een toevoeging voor rechtsbijstand werd pas op 5 oktober 2011 aangevraagd, terwijl het griffierecht op die datum verschuldigd was.
De griffier had het griffierecht vastgesteld en een nota verzonden, waarna verzoekers bezwaar maakten. De rechtbank oordeelde dat op het moment van verschuldigdheid van het griffierecht noch een afschrift van de toevoeging noch van de aanvraag was overgelegd, noch was gemeld dat een toevoeging was aangevraagd. Hierdoor was het tarief voor onvermogenden niet van toepassing.
Verzoekers voerden aan dat de regels omtrent toevoeging onduidelijk waren en dat de toevoeging later alsnog was verleend, waardoor zij een beroep deden op de hardheidsclausule. De rechtbank stelde echter vast dat er geen bijzondere omstandigheden waren die het beroep op deze clausule rechtvaardigden. De vertraging in het aanvragen van de toevoeging en het niet tijdig overleggen van stukken was voor risico van verzoekers.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en handhaafde het griffierecht van €1.400,-. De uitspraak werd op 19 april 2012 in het openbaar gegeven door mr. R.J. Paris.
Uitkomst: Het verzet tegen het opgelegde griffierecht wordt ongegrond verklaard en het griffierecht van €1.400,- blijft van kracht.